De overheid als dienares van God.

 

Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld., zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen. Want voor de overheid hoeft men niet te vrezen, wanneer men goede werken doet, maar wel als men kwade werken doet. Wilt u nu van het gezag niets te vrezen hebben, doe het goede en u zult er lof van ontvangen. Zij is immers Gods dienares, u ten goede. Als u echter kwaad doet, vrees dan, want zij draagt het zwaard niet zonder reden. Zij is namelijk Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade doet. Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen omwille van de straf, maar ook omwille van het geweten. Om die reden immers betaalt u ook belastingen. Het zijn namelijk dienaars van God, die juist daarmee voortdurend bezig zijn. Geef dus aan allen wat u verschuldigd bent: belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eer aan wie eer toekomt. Romeinen 13. 1-7

 

Als mensen/burgers horen we de overheid te gehoorzamen zodat we niet bang hoeven te zijn voor reprimandes. Er zijn regels/wetten opgesteld speciaal om de burgers niet ‘de fout’ in te laten gaan.

Zoals iedere burger geacht wordt de wet te kunnen en te weten wat hun rechten en plichten zijn. Verwacht de burger van de overheid ook de wet van God te kennen. Zeker Romeinen 13 zou het kabinet in oogschouw moeten nemen. Gezien het feit dat Nederland met de daarbij behorende grondwetten uit de  joods- christelijke oorspronkelijk ontstaan is. En daardoor de overheid als dienares van God gezien wordt. Ontzag aan wie ontzag, eer aan wie eer toekomt.

 

Ieder mens (ook als politicus) heb je een keuze om het goede te doen, een keuze tussen goed en kwaad, een keuze voor jezelf en voor je medemens. Kies dus wijs en bewust.

Je wil toch niet dat er tegen je gezegd wordt: ‘O duivelskind, vol van alle bedrog en van alle sluwheid, vijand van alle gerechtigheid, zult u er niet mee ophouden de rechte wegen van de Heere te verdraaien?’ Handelingen 13.10 Je wil toch niet de armen, weduwen en de burgers hun recht afnemen? ‘Wee hun die verordeningen van onrecht instellen, en de schrijvers die onheil voorschrijven om de armen van hun recht weg te duwen, en de ellendigen van Mijn volk van het recht te beroven, zodat weduwen hun buit worden, en zij wezen uitplunderen. Maar wat zult u doen op de dag van de vergelding, bij de verwoesting die er vanuit de verte aankomt? Naar wie zult u vluchten om hulp en waar zult u uw rijkdom laten? Jesaja 10. 1-3 - ‘Wee hun die de ongerechtigheid naar zich toe trekken met koorden van valsheid, en de zonde als met dikke wagentouwen, die zeggen: Laat Hij haast maken, vaart zetten achter Zijn werk, zodat we het zien. Laat het naderen, laat het komen, het raadsbesluit van de Heilige van Israël, zodat wij er kennis mee maken. Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad; die duisternis voorstellen als licht, en licht als duisternis; die bitter voorstellen als zoet en zoet als bitter. Wee hun die in hun eigen oog wijs zijn en naar hun eigen mening verstandig. Wee hun die een held zijn in wijn drinken en dappere mannen in het mengen van sterkedrank, die de goddelozen in het gelijk stellen voor een geschenk, maar de rechtvaardigen hun recht ontnemen. Jesaja 5. 18-23

 

Uw vorsten zijn opstandig en metgezellen van dieven. Ieder van hen houdt van geschenken, zij jagen wederdiensten na. De wees doen zij geen recht,

en de rechtszaak van de weduwe raakt hen niet. Jesaja 1.23

De onderdrukkers van Mijn volk zijn kinderen, en vrouwen heersen over hen. Mijn volk, wie u leiden, misleiden u, en zij brengen de richting van uw paden in de war.

De HEERE staat gereed om Zijn rechtszaak te voeren, en Hij staat klaar om over de volken recht te spreken.

De HEERE gaat in het gericht met de oudsten van Zijn volk en de vorsten ervan. Ú hebt immers deze wijngaard verbrand, en wat u geroofd hebt van de armen, bevindt zich in uw huizen.

Welk recht hebt u om Mijn volk te vertrappen en de armen te vermorzelen? spreekt de Heere, de HEERE van de legermachten. Jesaja 3. 12-15

 

In de bijbel staan meerder stukken over de ‘heersende’ macht en/of over de overheid. Zowel leefregels als omgangsvormen tegenover elkaar, als volk en als overheid.

Het is niet aan het volk om te oordelen over onze overheid, het is de wel de taak om elkaar te waarschuwen en te wijzen op bepaalde gedeeltes. Nee, Het is niet aan ons om te oordelen!

(ook al zou het wel handig kunnen zijn, om oorzaak en gevolg naast elkaar neer te leggen)

 

Er is een petitie aangemaakt de 'Ezechiël verklaring' hierin wordt onder andere vanuit de Bijbel geciteerd. Mensen die werkzaam zijn bij de overheid, een voorbeeldfunctie hebben of andere belangrijke functies bekleden zoals voorgangers en christelijke organisaties, worden hierbij gewezen op bepaalde feiten vanuit Bijbelsperspectief in combinatie met de cijfers van dat wat er nu daadwerkelijk gebeurd en afspeelt.

 

Lees het door, verspreid en teken mee als je het ermee eens bent.

De link voor de petitie staat rechts bovenaan de site en hier.... Ezechiel verklaring - Petities.com

 

Wees moedig